Interviews
Wat is tot dusver je mooiste prestatie?
“Dat is zonder twijfel het winnen van een zilveren medaille op het WK van 2009. Niet alleen omdat het een goede prestatie is, maar ook omdat ik toen aan mezelf heb aangetoond dat ik ook onder druk kan presteren. Tijdens de Spelen van 2008 werd er door de buitenwereld nog helemaal niet zo veel van mij verwacht. Alles wat ik presteerde was mooi meegenomen. Dat was tijdens het WK wel anders. Toen was ik ineens kanshebber. En dat ik die verwachting heb waargemaakt, is wel heel mooi.” → volledig interview op www.fanvanepke.nl
Je zus Geeske en broers Herre en Johan hebben vroeger ook altijd geturnd. Hoe is het om in zo´n turnfamilie op te groeien?
“Turnen heeft altijd centraal gestaan. Het gehele ritme van onze familie was erop afgestemd, gelukkig zijn mijn ouders bereid geweest om ons dat topsportleven te faciliteren. In het begin van de middelbare schooltijd hebben we zelfs turnvakanties gehad, naar Engeland, Duitsland, Zwitserland. Mijn ouders in de caravan, wij in tenten, en onze trainer en nog wat andere turners gingen ook mee. Voor mijn ouders was het vakantie, en voor ons was het een trainingsstage. Hoewel ook wij toch ook wel een soort vakantiegevoel hadden.” → volledig artikel Helden, oktober 2009
Toeval, geluk en pech geloof je daarin? En doe je daar wat mee?
“Ja, daar heb ik wel iets mee. Toeval laat alles samen vallen. Direct in de buurt waar ik altijd heb gewoond konden we heel goed trainen; de faciliteiten waren er en de trainer was er ook, die altijd erg fanatiek was. Op 6 jarige leeftijd ben ik daarom al begonnen met turnen met mijn zus en broers die net als mijn ouders allemaal even fanatiek waren en er helemaal achter stonden en staan tot op de dag van vandaag. Je moet ook het geluk hebben dat je ouders hebt die de internationale stages kunnen en willen betalen. Soms heb je natuurlijk pech, maar ik blijf mijn oefeningen zo vaak herhalen om de kans dat het fout gaat zo klein mogelijk te maken. Daardoor kun je de pechkans natuurlijk ook verkleinen.” → volledig interview Chi, augustus 2010
Denk jij dat iemand uit een klein turnland als Nederland ooit een Olympische medaille kan winnen in een jurysport als turnen?
“Waarom niet? Natuurlijk, de nationaliteit is belangrijk. China bijvoorbeeld, is een goed turnland. Als er een Chinees op een groot toernooi uitkomt dan moet hij wel goed zijn, is de heersende gedachte, ook bij de juryleden. Al kennen ze die Chinees niet, hij krijgt automatisch een hogere waardering. Maar als turner uit een klein land kun je een grote naam opbouwen, en dat is waar ik al jaren flink aan werk.” → volledig artikel Sportweek, juni 2008

